cultuur VAN DE STAD GENT
Gent neemt in de Nederlandse literatuur een belangrijke plaats in. Bekende Gentse schrijvers, dichters en kroniekschrijvers waren o.a. Lucas d'Heere, Carel van Mander, Dathenus. Door het verval van Gent na de Hervorming (16de eeuw), raakte het Gentse literaire leven eeuwenlang op de achtergrond; maar na 1830 speelde Gent op letterkundig gebied weer een vooraanstaande rol met schrijvers als Jan-Frans Willems, Julius Vuylsteke, Karel Ledeganck, Karel Van de Woestijne, Richard Minne, Prudens Van Duyse, Hippoliet Van Peene, Achilles Mussche, Maurice Roelants, de gezusters Virginie en Rosalie Loveling, Cyriel Buysse, Johan Daisne en vele anderen, onder wie ook Franstalige auteurs zoals Maurice Maeterlinck, Charles Van Lerberghe en Georges Rodenbach en meer hedendaagse beroemdheden zoals Herman Brusselmans.
In Gent is ook de 'Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde' gevestigd (in het David 't Kindt-herenhuis).
Op het gebied van de schilderkunst zijn er voor Gent niet zoveel bekende namen te noemen als voor andere Vlaamse steden. In de middeleeuwen kennen we Hugo van der Goes, Jan van der Asselt en Justus van Gent. In de 19de eeuw waren het voornamelijk Philippe-Lambert Spruyt, Félix De Vigne, Joseph Paelinck en Pieter Van Hanselaere die bekendheid verwierven.
De beroemde Latemse school was ook voor een groot deel uit Gentenaars samengesteld, onder wie Gustaaf Van de Woestijne, Frits Van den Berghe, Robert Aerens, Gustaaf en Léon De Smet, en tenslotte Albert Servaes de meest markante zijn.
Bekende bouwmeesters waren: Louis Roelandt, Louis Minard en Jacob Gustaaf Semey.
Op vlak van theater zijn er het NTGent, Minard, Capitole, ...
